ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Melaatsheid

 Geen lepra

 

 

We mogen de melaatsheid in de bijbel niet vereenzelvigen met lepra   van onze tijd. Lepra is vandaag te genezen met de multi-drugtherapie.

De Joden noemden de melaatsheid ‘de eerstgeboren zoon van de dood’. De melaatsen leefden in holen en in de grotten van de woestijn, ja zelfs op begraafplaatsen. Ze waren uitgesloten uit de gemeenschap. Zo zijn in onze tijd de leprozen de paria’s van de samenleving.

De grote ellende van de melaatse was niet slechts zijn ziekte, maar dat hij door iedereen gemeden werd. Angstig en eenzaam sleet hij zijn dagen.

 

Cultisch onrein

 

 

De melaatse die we in de bijbel tegenkomen was volgens de onreinheidswetten onrein. Hij was cultisch onrein. Dat betekende, dat hij niet in de tempel mocht komen. Waarom zo ’n strenge maatregel? Straf van God soms? Nee het was een hygiënische maatregel. Omdat er nog geen geneesmiddel voor melaatsheid bestond kon men het gevaar van besmetting niet anders ontgaan dan door uit de buurt van een melaatse te blijven.

 

Onrein, Onrein

 

 

Als mensen een melaatse tegenkwamen moest deze zijn ratel als alarmschel gebruiken en luidkeels roepen: Onrein, Onrein. Dat betekende raak mij niet aan. Blijf uit mijn buurt. Als Jezus een  melaatse ontmoet, wordt Hij met barmhartigheid bewogen en zeer bewust van wat Hij doet strekt Hij zijn hand uit en raakt hem aan.

De hele lichamelijke, psychische en sociale nood van de  mensheid was samengebundeld in deze melaatse. Ook de gééstelijke nood, want in Israël was de melaatsheid een teken van innerlijke onreinheid. De vrome Israëliet wist dat hij van de hoofdschedel tot de voetzool toe melaats van de zonde was als hij stond voor de Heilige (Ps 51).

De melaatse gaat naar Jezus toe, hoort niet dat de discipelen verbijsterd roepen: man maak dat je wegkomt! Jezus doorbreekt het aanrakingstaboe en herstelt het contact. Hij laat zichzelf besmetten met onze vuilheid en zonde.

Barmhartigheid betekent de ander in nood niet mijden, hem niet terugduwen in zijn eenzaamheid maar het contact herstellen zoals Jezus deed.

 

 

 Hun tot een getuigenis

 

 

Jezus zegt; ga naar de priesters. Laat je zelf zien. Hun tot een getuigenis. Getuigen doe je in een rechtszaak.Getuigen is een juridische categorie. De melaatse wordt nu een levende getuige van de zaak van Jezus. Hij moet nu bij de officiële instanties gaan getuigen dat die Jezus uit Nazaret kan wat zij niet kunnen.

 

Zij kunnen alleen rein verklaren. Jezus kan de mens rein maken.