ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Tijdsbesef in Bijbel

De mensen in het antieke oosten hadden een ander tijdsbesef dan wij.

Dat tijdsbesef komen we ook in de Bijbel tegen.

Ik kom spoedig

De laatste tekst uit het Nieuwe Testament is “Ik kom spoedig”.

Dat is niet een tijdsbesef zoals wij dat vandaag beleven.

Het tijdsbesef in de Bijbel  is vaak gevuld met een sterke subjectieve beleving. De verre toekomst wordt dan heel dichtbij getrokken.

Je kunt bijvoorbeeld denken aan Matt. 24 waar Jezus zonder merkbare overgang zowel over de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 spreekt als over het wereldeinde, alsof deze in dezelfde tijd. zou vallen.

Die twee perspectieven schuiven bij Jezus in elkaar. Hij leefde in zo’n sterke verwachting van het komende Godsrijk, dat die dag al voor de deur stond.

In Matt. 16 lezen we ”Er zijn sommigen die hier staan die de dood voorzeker niet zullen smaken, voordat zij de Zoon des mensen hebben zien komen in zijn Koninklijke waardigheid “.

Zuiver rekenkundig en objectief klopt dit niet. Maar dit is een wijze van zeggen die wij rationeel ingestelde mensen niet kunnen begrijpen.

Wij denken dan, dat Jezus zich vergist heeft.

Hij was er van overtuigd dat Hij binnen heel korte tijd zou terugkomen, maar het is niet uitgekomen.

Termijnteksten

Dit heeft betrekking op de zogenoemde termijnteksten.Zie daar. 

Jezus zou daarom feilbaar zijn.

Zich vergist hebben.

Als je zo denkt, heb je geen begrip voor het eigene van oosterse zegswijzen.

Jezus heeft ook wel eens gedacht aan een langere tijdsduur dan die van één generatie. Bij de gelijkenis van de ponden keert Jezus zich tegen die mensen die meenden dat het Koninkrijk in korte tijd openbaar zou worden.

Maar bij andere situaties waarin de mensen denken dat het zo’n vaart niet zal lopen, spreekt Hij van een periode binnen één generatie om de mensen wakker te houden.

Het besef van een tijdsverloop kan zich vermengen met de notie van eeuwig leven, zoals Johannes dit onder woorden brengt “De ure komt en is nu (Joh. 5:25).